International Society for Prosthetics and Orthotics

Multidisciplinair kennisnetwerk voor prothesiologie en orthesiologie

 

ondersteuning van projecten door ispo nederland

ISPO Nederland heeft de mogelijkheid om een aantal activiteiten te steunen die liggen binnen haar domein.
Het gaat daarbij om ondersteuning voor het laten drukken van proefschriften, deelname aan internationale ISPO-congressen of het uitvoeren van projecten.

Proefschriften

Het drukken van proefschriften kan worden ondersteund met een maximale bijdrage van € 250 per proefschrift. Voorwaarde is dat het onderwerp van het proefschrift past binnen de doelstellingen van ISPO.

Deelname aan internationale ISPO-congressen

De inschrijfkosten voor deelname aan internationale ISPO-congressen kunnen worden ondersteund, met een maximale bijdrage van € 500. ISPO-leden die een presentatie geven tijdens het congres (workshop, poster of mondeling) komen voor ondersteuning in aanmerking. De aanvrager geeft daarbij aan waarom ondersteuning niet op andere wijze kan worden verkregen.

Projecten

Projecten zijn bijvoorbeeld scholingsactiviteiten in derde wereldlanden, studiereizen of kleinschalig onderzoek. Een project kan door ISPO-NL worden ondersteund met een maximale bijdrage van € 1.250. De aanvrager maakt waar mogelijk binnen het project kenbaar dat ISPO-NL de uitvoer van het project financieel ondersteunt. De aanvrager schrijft na afronding van het project een korte samenvatting van het project t.b.v de ISPO-NL website

Voorwaarden

ISPO leden komen in aanmerking voor ondersteuning.
ISPO-NL wordt als sponsor vermeld in het proefschrift inclusief opname van het logo (ondersteuning proefschrift), tijdens de workshop, presentatie of op de poster (ondersteuning congresdeelname) of waar mogelijk binnen het ondersteunde project (ondersteuning project). De aanvrager is bereid een voordracht te geven tijdens een ISPO-NL jaarcongres.

Procedure
Voorstellen kunnen tweemaal per jaar worden ingediend, voor 1 april en voor 1 oktober. Jaarlijks komen maar een beperkt aantal verzoeken voor honorering in aanmerking. Ondersteuning is afhankelijk van de kaspositie van ISPO-NL. ISPO houdt het recht af te wijken van de hier vermelde procedure indien de kaspositie dit vereist.

Om in aanmerking te komen voor een bijdrage dient de betrokkene een formeel verzoek in te dienen bij het bestuur van ISPO-Nederland middels het aanvraagformulier hieronder. Voorstellen kunnen alleen per e-mail worden ingediend. Alleen voorstellen die worden ingeleverd via het aanvraagformulier worden beoordeeld.

Beoordeling
De voorstellen worden door het bestuur van de Nederlandse tak van ISPO besproken tijdens een reguliere bestuursvergadering. Het oordeel van het bestuur zal, inclusief motivatie, worden opgestuurd aan de betrokkene. In de regel zal een aanvraag binnen 12 weken worden beantwoord.

Link Aanvraag formulier "ondersteuning"

Voorstellen kunnen gestuurd worden naar:

Secretariaat ISPO Nederland
E-mail: ofni.[antispam].@ispo.nl

 

Eerder ondersteunde projecten door ISPO:

2020:
 

  • De promotiedatum van Saskia Baltrusch zal zijn op 25 september 2020 en zij hoopt dan te promoveren op een onderzoek naar het gebruik van een exoskeleton bij lage rugpijn. Het proefschrift is getiteld: Lifting success of trunk exoskeletons: Bridging the gap between biomechanical solutions and end-users’perceptions.

    Samenvatting van het proefschrift:
    Beroepsgerelateerde lage rugpijn komt veel voor. Een draagbaar lichaamsgebonden hulpmiddel of zogenaamd exoskelet kan een rol spelen bij preventie van lage rugpijn en arbeidsreintegratie of revalidatiebehandelingen verbeteren. Het proefschrift van Baltrusch gaat in op de ontwikkeling en evaluatie van een door het Europees consortium SPEXOR ontworpen exoskelet. Er is een gebruikersgerichte aanpak toegepast door kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethoden te combineren. Het doel was de effectiviteit van het gebruik van een passief exoskelet te onderzoeken en inzicht te krijgen in factoren die de bruikbaarheid en acceptatie ervan beïnvloeden.
    De resultaten tonen aan dat een exoskelet van nut is bij tillen en tijdens statische houdingen. Medewerkers voelden zich door het exoskelet ondersteund tijdens deze werktaken en voelden zich niet gehinderd in hun bewegingsvrijheid. Bovendien verminderde het tillen met het exoskelet de fysiologische belasting op de rug. Belangrijke verbeterpunten voordat het exoskelet klaar is voor gebruik in de praktijk zijn het comfort en het (ervaren) ondersteuningsniveau. Het proefschrift laat ook zien dat de combinatie van luisteren naar de eindgebruikers en het meten van gegevens essentieel is om het verschil tussen biomechanische oplossingen en visies van eindgebruikers te overbruggen.

    Summary:
    Effacing risk factors for occupational low-back pain in the work environment remains a challenge. Given the fact, that external assistive devices have their limitations in terms of flexibility and applicability, a wearable device or so-called exoskeleton, might be promising for low back pain prevention and rehabilitation. Therefore, the European consortium SPEXOR aims to design a spinal exoskeleton for low-back pain prevention and vocational re-integration and rehabilitation. This thesis deals with the development and evaluation of the SPEXOR trunk exoskeleton and applies a user-centred approach, by combining quantitative and qualitative research methods. It studies the potential effectiveness of using a passive trunk exoskeleton for low-back pain prevention, vocational reintegration and rehabilitation and provides insight into factors that influence its usability and acceptability. How to bridge the gap between biomechanical solutions and endusers’ perspectives to raise chances of success of a trunk exoskeleton?
    The results show that exoskeletons are of benefit for lifting and static postures, that involve mechanical loading on the back. Employees feel supported in these working tasks and do not feel hindered in their range of motion. Furthermore, lifting with the exoskeleton decreased physiological strain. Work-related low-back pain might therefore be preventable when wearing an exoskeleton, due to lower mechanical loading and a lower risk of getting fatigued. Major points that still need to be improved are comfort by reducing the weight and the dimension of the device and the (perceived) support level. Thus, implementing the exoskeleton in the working environment is still a challenge and further improvements of the design are needed to make it ready to be used in real practice. The industry might be the most promising field of application at this time, supporting employees with a history of low-back pain. Furthermore, it was shown that an adequate implementation strategy is essential to deal with end-users’ concerns over introducing a passive exoskeleton.
    Maybe even more important, this thesis shows that applying a user-centered approach is essential to reveal design requirements that are tailored to the end-users’ needs and affected the exoskeleton design and the study design and provided further directions for the future. I show that the combination of listening to the end-users and measuring numerical data is essential to bridge the gap between biomechanical solutions and end-users’ perceptions. 

2019: 

  • The sooner the better?! Providing ankle-foot orthoses in the rehabilitation after stroke
    Corien Nikamp-Simons 
    Het doel van dit proefschrift was om het begrip van de effecten van het verstrekken van enkel-voetortheses (EVO’s) vroeg na een beroerte (CVA) te vergroten. Een gerandomiseerde gecontroleerde studie is uitgevoerd waarin de effecten van EVO-verstrekking op twee verschillende tijdstippen in de
    revalidatie na CVA werden bestudeerd. Proefpersonen werden binnen zes weken na CVA geïncludeerd en gerandomiseerd voor EVO-verstrekking bij inclusie in de studie (week 1) of acht weken later (week 9). Eén van drie beschikbare typen veelgebruikte kant-en-klare EVO’s werd verstrekt. Klinische testen, 3D gangbeeldanalyse, spier EMG en valincidenten werden geïncludeerd als uitkomstmaten en gedurende 17 weken met (twee-)wekelijkse intervallen gemeten. Na 26 en 52 weken vonden vervolgmetingen plaats.

    De resultaten lieten zien dat:
    - Vroeg EVO-gebruik naar verwachting zal resulteren in hogere functionele niveaus eerder in de revalidatie, maar niet leidt tot hogere functionele niveaus na 26 weken, vergeleken met latere vertrekking.
    - EVO’s verbeteren een sleepvoet ongeacht de timing van EVO-verstrekking na CVA, maar er is geen reden om aan te nemen dat vroege EVO-verstrekking de ontwikkeling van compensatoire bewegingen rond bekken en heup in de revalidatie na CVA zal beïnvloeden.
    - Er zijn geen negatieve effecten op spieractiviteit van de tibialis anterior in zwaaifase gevonden gedurende 26 weken EVO-gebruik (er is geen spier “disuse” gevonden).
    - Een hoger aantal valincidenten werd gevonden in het geval dat proefpersonen vroeger na CVA werden voorzien van een EVO, maar de meerderheid van deze valincidenten vond plaats terwijl proefpersonen nog niet zelfstandig mochten lopen en geen EVO droegen (vooral in slaap/badkamer). Dit laat zien dat speciale aandacht voor specifieke instructies met betrekking tot het gebruik van EVO’s van belang zouden kunnen zijn bij EVO-gebruik vroeg na CVA.

  • De PDF van het volledige proefschrift is verkrijgbaar via:
    http://www.rrd.nl/proefschrift-corien-nikamp-simons/